Naar hoofdinhoud
Zoeken

Bedrijfscontinuïteit na brand of schade: hoe tijdelijke huisvesting helpt

Gepubliceerd op

Na een brand, overstroming of andere grote schade ligt de eerste prioriteit bij veiligheid en het beperken en inventariseren van de schade. Al snel volgt een andere vraag: hoe kunnen de belangrijkste activiteiten doorgaan terwijl herstel of herbouw nog maanden kan duren? Voor veel organisaties is wachten tot het oorspronkelijke gebouw weer beschikbaar is geen optie. Productie moet worden hervat, voorraden moeten ergens worden opgeslagen, medewerkers hebben werkruimte nodig en winkels, scholen en publieke voorzieningen moeten hun klanten, leerlingen of inwoners kunnen blijven bedienen.

Tijdelijke huisvesting kan de periode tussen schade en definitief herstel overbruggen. De juiste oplossing begint daarbij niet met een gebouw, maar met inzicht in wat de organisatie nodig heeft om te kunnen blijven functioneren.

Herstel van een gebouw is niet hetzelfde als herstel van de bedrijfsvoering

Na materiële schade lopen verschillende trajecten naast elkaar. De locatie wordt veiliggesteld en onderzocht, de schade wordt geïnventariseerd en betrokken partijen bepalen wat kan worden hersteld en wat moet worden vervangen. Tegelijkertijd kent het herstel van de bedrijfsvoering zijn eigen tempo. Iedere dag dat kritieke activiteiten stilliggen kan gevolgen hebben voor omzet, klanten, medewerkers, productie of dienstverlening.

Bij bedrijfsschade wordt daarom ook gekeken naar de financiële gevolgen van bedrijfsstilstand en de kosten die nodig kunnen zijn om activiteiten tijdelijk voort te zetten. De precieze dekking verschilt uiteraard per verzekering en polis. Voor het organiseren van tijdelijke ruimte is vooral belangrijk welke activiteiten niet op het definitieve herstel kunnen wachten. Dat vormt het vertrekpunt voor de vijf vragen hieronder.

1. Welke activiteiten kunnen niet wachten op het definitieve herstel?

Niet iedere vierkante meter van een getroffen locatie is even belangrijk voor de continuïteit van de organisatie. Voor een productiebedrijf kan één specifieke productielijn bepalend zijn, terwijl een logistieke organisatie mogelijk vooral vervangende opslagcapaciteit nodig heeft om de goederenstroom op gang te houden. Bij een school ligt de prioriteit bij voldoende lesruimte en essentiële voorzieningen. Een retailer moet klanten weer kunnen ontvangen.

Door eerst de kritieke activiteiten vast te stellen, wordt duidelijk welke capaciteit daadwerkelijk moet worden vervangen. Dat hoeft niet gelijk te zijn aan de volledige oppervlakte van het beschadigde gebouw. Soms is het sneller en praktischer om eerst ruimte te creëren voor de processen die essentieel zijn en de rest van de capaciteit later in het hersteltraject opnieuw te beoordelen.

2. Hoe lang is vervangende ruimte waarschijnlijk nodig?

Direct na een calamiteit is vaak nog niet duidelijk wanneer een locatie volledig hersteld zal zijn. Schadeonderzoek, besluitvorming, vergunningen, materiaalbeschikbaarheid en herstel- of bouwwerkzaamheden hebben allemaal invloed op de planning. De verwachte gebruiksduur is daarom een belangrijke factor bij de keuze voor tijdelijke huisvesting. Voor enkele weken gelden andere eisen dan voor een locatie die een jaar of langer in gebruik blijft; bij langere inzet krijgen bijvoorbeeld isolatie, klimaatbeheersing, energiegebruik, comfort en inrichting meer gewicht.

Ook tijdens het herstel kan de planning nog veranderen. Het helpt daarom wanneer tijdelijke capaciteit kan meebewegen met het herstelproces en niet iedere fase bij aanvang al definitief hoeft te worden vastgelegd.

3. Wat moet er in de tijdelijke ruimte mogelijk zijn?

Voldoende vierkante meters alleen maken een locatie nog niet geschikt voor gebruik. De activiteiten bepalen wat de tijdelijke ruimte moet kunnen. Voor opslag kunnen vrije hoogte, vloerbelasting en bereikbaarheid voor logistiek verkeer belangrijk zijn. Productie kan specifieke eisen stellen aan stroomvoorziening, klimaat, veiligheid of technische installaties. Bij onderwijs, retail en publieke dienstverlening spelen ook comfort, akoestiek, toegankelijkheid en de dagelijkse ervaring van gebruikers een rol.

Daarom brengen we eerst de functionele eisen in kaart en bepalen we vervolgens welke tijdelijke of semi-permanente ruimte daarbij past. Zo blijft het uitgangspunt de activiteit die moet doorgaan, in plaats van de beschikbare structuur.

4. Waar kan de tijdelijke capaciteit worden gerealiseerd?

Als er voldoende ruimte beschikbaar is, kan plaatsing op het bestaande terrein praktisch zijn. Medewerkers blijven op een bekende locatie, logistieke processen hoeven minder ingrijpend te veranderen en de tijdelijke activiteiten blijven dicht bij de rest van de organisatie. Soms maken de schade zelf, herstelwerkzaamheden of beperkte beschikbare ruimte dit onmogelijk en moet naar een andere locatie worden uitgeweken.

Daarom kijken we bij een locatieonderzoek onder meer naar beschikbare oppervlakte, ondergrond, bereikbaarheid, nutsvoorzieningen en logistieke routing. Ook de werkzaamheden voor het permanente herstel moeten worden meegenomen: tijdelijke huisvesting mag de toegang tot het beschadigde gebouw of de werkzaamheden op het terrein niet onnodig belemmeren. Door dit vroeg te onderzoeken, ontstaat sneller duidelijkheid over wat daadwerkelijk uitvoerbaar is.

5. Hoe beweegt de tijdelijke ruimte mee met het herstel?

Bij grotere schades zijn verschillende partijen betrokken. Naast de getroffen organisatie kunnen dat onder meer de verzekeraar, schade-expert, vastgoedeigenaar, herstelbedrijven en technische adviseurs zijn. Goede afstemming is belangrijk, omdat tijdelijke huisvesting onderdeel wordt van een herstelproces dat al in beweging is. Daarvoor moet duidelijk zijn welke activiteiten moeten doorgaan, hoeveel capaciteit daarvoor nodig is, wanneer de ruimte beschikbaar moet zijn en hoe lang deze naar verwachting wordt gebruikt.

Een hersteltraject verloopt bovendien zelden precies zoals op de eerste dag wordt voorzien. In eerste instantie kan alle aandacht uitgaan naar het hervatten van één kritisch proces. Later komen delen van het oorspronkelijke gebouw weer beschikbaar of verandert de benodigde capaciteit. Afhankelijk van de gekozen oplossing kan tijdelijke ruimte daarop worden aangepast, bijvoorbeeld door capaciteit uit te breiden of af te schalen of functies gedurende het traject te veranderen. Dat is vooral relevant bij omvangrijke schade, waarbij vooraf moeilijk te voorspellen is hoe lang iedere herstelfase zal duren.

Na een brand weer ruimte voor onderwijs

Een project in het Verenigd Koninkrijk laat zien wat dat in de praktijk kan betekenen. Na een brand was een schoolgebouw in Lytchett Minster niet meer beschikbaar voor onderwijs. Permanente herbouw zou tijd kosten, terwijl de lessen moesten doorgaan. Dat was met name belangrijk voor leerlingen die zich voorbereidden op hun examens.

Losberger De Boer werkte samen met de betrokken verzekeraars aan vervangende huisvesting. De tijdelijke school werd ingericht met onder andere verlichting, stroomvoorziening, akoestische voorzieningen, vloerafwerking en sanitair, zodat er daadwerkelijk weer les kon worden gegeven. De brand vond plaats op 27 december en op 9 januari kon de school gedeeltelijk heropenen en werden de lessen in de tijdelijke huisvesting hervat.

Het project laat zien dat bij grote schade twee planningen naast elkaar kunnen bestaan. Het permanente gebouw volgt het noodzakelijke hersteltraject, terwijl tijdelijke huisvesting ervoor kan zorgen dat belangrijke activiteiten eerder worden hervat.

Bekijk het project

Wanneer is tijdelijke huisvesting het onderzoeken waard?

Tijdelijke huisvesting kan relevant zijn wanneer een locatie door schade gedurende langere tijd geheel of gedeeltelijk niet beschikbaar is, terwijl bepaalde activiteiten eerder moeten worden hervat. Dat kan bijvoorbeeld spelen na brand, water- of stormschade, constructieve schade of uitval van kritieke voorzieningen.

Of tijdelijke huisvesting in een specifieke situatie de juiste oplossing is, hangt af van de activiteiten die moeten doorgaan, de beschikbare locatie, benodigde capaciteit, functionele eisen en verwachte herstelduur. Soms is een relatief eenvoudige tijdelijke voorziening voldoende. In andere situaties is een complete vervangende bedrijfs-, opslag-, onderwijs- of publieksruimte nodig.

Begin bij wat moet blijven doorgaan

De eerste keuzes na grote schade hoeven nog niet over een gebouw te gaan. Het helpt om eerst vast te stellen welke activiteiten kritiek zijn, hoeveel capaciteit daarvoor nodig is en aan welke eisen de tijdelijke omgeving moet voldoen. Van daaruit kan worden onderzocht waar die ruimte kan worden gerealiseerd en hoe deze aansluit op het bredere herstelproces.

Zo krijgt het permanente herstel de tijd die nodig is, terwijl medewerkers, klanten, leerlingen of andere gebruikers niet langer dan noodzakelijk hoeven te wachten op een plek waar de belangrijkste activiteiten weer kunnen plaatsvinden.

Moeten activiteiten doorgaan terwijl een locatie wordt hersteld?

Vertel ons welke ruimte tijdelijk niet beschikbaar is, welke activiteiten moeten doorgaan en wanneer vervangende capaciteit nodig is. Onze specialist bespreekt wat op uw locatie mogelijk is en welke oplossing aansluit op uw hersteltraject.

Bespreek uw situatie